Visie

Verslaving is niet alleen een medisch probleem. Het gebruik van drugs, alcohol en andere middelen en het verslaafd raken aan het gebruik kan vele oorzaken hebben. Vaak versterken ze elkaar en houden de verslaving in stand. De drugsvrije behandeling start als het gebruik van verslavende middelen is gestaakt en de negatieve invloeden van de directe omgeving (gezin, gebruikers) en de maatschappij zijn uitgeschakeld.

De woonlocatie van De Stam heeft een verbeterde formule ontwikkeld en bevind zich daardoor midden in het centrum van Den Haag, met alle invloeden van de maatschappij erom heen. Voorheen werd de drugsvrije behandeling gestart in een voorziening waarbij bewoners geheel buiten de maatschappij klinisch werden behandeld. Deze verbetering maakt het mogelijk om bewoners, in de beginfase beperkt, blijvend te laten functioneren in de maatschappij met positieve ontwikkeling van het eigen vermogen.

Pas na het staken van het gebruik wordt duidelijk dat er meer problemen zijn dan het gebruiken van drugs. Voorbeelden van deze problemen kunnen zijn: de angst om te falen, gebrek aan vertrouwen in zichzelf en anderen, slecht in het onderhouden van duurzame relaties, het gebrek aan normen en waarden, het onvermogen om rechtstreeks hulp te vragen en het ontbreken van het gevoel ergens bij te horen. Vaak is er sprake van een aangeboren of door traumatische situaties ontstane kwetsbaarheid.

Gebruik als gevolg van deze problemen kan leiden tot verslaving, crimineel gedrag en prostitutie. Deze problemen belasten de familie en de maatschappij  waardoor dit ten koste gaat van familiebanden en leidt tot hoge kosten voor de maatschappij.

Om deze problematiek in de kern aan te pakken is er voldoende tijd,  minimaal één jaar, nodig om te leren leven zonder afhankelijk te zijn van middelen. In een drugsvrije woongemeenschap leert een bewoner zichzelf te helpen met behulp van anderen. De bewoners leren zichzelf veilig te voelen, zichzelf te herkennen in een groep van medebewoners waar de bewoners elkaar aanspreken op hun gedrag. De bewoners leren verantwoordelijk te zijn voor hun eigen gedrag en voor hun eigen leefomgeving. In de groep ervaren bewoners dat zij er bij horen en dat ze belangrijk zijn voor anderen.

Doordat de problemen in de kern worden aangepakt kan een terugval in het gebruik worden voorkomen en ontstaat de mogelijkheid om een leven op te bouwen zonder afhankelijk te zijn van middelen en hulpverleners.